Hoe gemeente Dongen circulaire aanbesteedt
Is een reconstructie eigenlijk wel nodig? Kan het met minder verharding? En kan het materiaal dat vrijkomt ergens anders opnieuw dienst doen? Het zijn vragen die vooraf gaan aan bijna elk project in de openbare ruimte — maar ze worden lang niet altijd gesteld. Gemeente Dongen liet ze leidend worden, en veranderde daarmee ook hoe ze aanbesteedt: niet meer op prijs alleen, maar mede op milieuwaarde (MKI). Ineke Andries (inkoopadviseur) en Ruud Jansen (adviseur Techniek & Ontwikkeling) vertellen hoe die omslag in de praktijk vorm kreeg.
Klein beginnen: het dorpsplein in Vaart
De eerste stap zette Dongen bij de herinrichting van het dorpsplein in Vaart. Het ontwerp was al vastgesteld door het college en afgestemd met stakeholders, maar bij het uitwerken van de materiaalkeuzes zag de gemeente alsnog kansen om het plein duurzamer te maken.
Door in gesprek te gaan met de dorpsraad en de collega's die bij het ontwerp betrokken waren, ontstond draagvlak: extern al vrij snel, intern kostte het meer tijd en herhaalde uitleg. Het resultaat: een ontwerp met minder stenen, een groot deel van de verharding uitgevoerd in waterdoorlatende halfverharding — 85 procent circulair materiaal — met een waterberging eronder die hemelwater vertraagd afvoert.
Vroeg beginnen: Reconstructie Meester Janssenweg
Bij het volgende project, de reconstructie van de Meester Janssenweg, trok Dongen de duurzaamheids- en circulariteitsvraag naar voren in het proces. Nog vóór het ontwerp organiseerde de gemeente een voorlichtingsbijeenkomst voor ingenieursbureaus, leveranciers, producenten, aannemers en collega's van binnen en buiten de organisatie, om de doelstellingen te delen en gezamenlijk te bepalen hoe die te realiseren waren. Marktpartijen gaven daarbij zelf aan graag uitgedaagd te willen worden om duurzamer te werken.
Om het project scherp te krijgen, stelde de gemeente zichzelf een aantal vragen vooraf:
- Is een reconstructie echt nodig?
- Hoe wordt de openbare ruimte momenteel gebruikt?
- Kan het project met minder verharding (bijvoorbeeld door een trottoir te schrappen)?
- Kunnen bestaande materialen hergebruikt worden binnen het nieuwe ontwerp of elders?
- Is er ruimte voor meer groen en biodiversiteit?
- Zijn er inmiddels duurzamere materialen op de markt?
Ook bewoners werden vroeg betrokken: ze werden geïnformeerd over de uitdagingen, mochten aangeven wat voor hen belangrijk was en kregen ruimte om binnen bepaalde kaders zelf te ontwerpen. Een droogte- en hittescan van hun wijk maakte concreet zichtbaar waarom minder verstening en meer groen nodig waren. Het resultaat: een ontwerp met minder verharding en meer bomen en groen.
Sturen op waarde in het bestek
Het ontwerp werd uitgewerkt in een standaard RAW-bestek. Voor de drie grootste leveranties in het project - rioleringsbuizen, trottoirbanden en betonklinkers - liet Dongen aannemers niet alleen op prijs aanbieden, maar ook op hun Milieukostenindicator (MKI), met de Nationale Milieudatabase als minimumwaarde.
In plaats van te gunnen op de laagste prijs, koos de gemeente voor de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV): aannemers konden voor de laagste MKI-waarde per product een fictieve korting verdienen, oplopend tot maximaal 80 procent van de geraamde opdrachtwaarde. Vóór gunning liet Dongen een onafhankelijke LCA-deskundige (levenscyclusanalyse) de ingediende MKI-waarden toetsen.
"Vaak wordt gewerkt met boetes achteraf, maar dan heb je niet bereikt wat je wilt bereiken."
Ineke Andries en Ruud Jansen, gemeente Dongen
Die toets vooraf geeft meer zekerheid dat de beloofde milieuwaarde er ook daadwerkelijk komt, in plaats van pas achteraf te constateren dat het niet is gelukt.
De uitvoering behapbaar houden
Een veelgehoorde zorg bij projectleiders is de administratieve last die bij dit soort eisen komt kijken. Dongen legt die last grotendeels bij de projectmodule van BouwCirculair: vóór de start voert de gemeente de relevante projectinformatie in, waarna de aannemer via een eigen inlogcode stortbonnen, leveringsbonnen, milieuprofielen (EPD's) en verwerkingswijzen aanlevert. Na afronding van het project controleert BouwCirculair onafhankelijk of de toegezegde MKI-waarden ook echt zijn gehaald.
Van praktijk naar beleid: "Duurzaam, tenzij"
Met deze aanpak liet Dongen zien dat duurzaam aanbesteden in de GWW ook voor een kleine gemeente haalbaar is. De volgende stap is het geen eenmalig project te laten blijven, maar te verankeren in de organisatie. De directeur Buitenruimte staat inmiddels achter het principe "Duurzaam, tenzij…": medewerkers worden geschoold in de toepassing van MKI in aanbestedingen en in de methode SEB (voorheen methode Eindhoven), en waar mogelijk worden stappenplannen ontwikkeld om duurzaam aanbesteden stap voor stap de norm te maken.
Wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?
Dongen laat zien dat sturen op waarde niet begint bij een groot beleidsdocument, maar bij een concreet project en een paar goede vragen vooraf: is deze ingreep nodig, kan het met minder, en kan wat er is blijven liggen? Door marktpartijen vroeg te betrekken en die vragen leidend te maken, voorkomt de gemeente dat duurzaamheid een sluitpost wordt in het ontwerpproces.
Minstens zo belangrijk is de omslag in het aanbesteden zelf: door niet alleen op prijs maar mede op milieuwaarde te gunnen — en dat vóóraf onafhankelijk te laten toetsen in plaats van pas achteraf te controleren — wordt "sturen op waarde" meetbaar in plaats van een intentie. En door die aanpak te koppelen aan bestuurlijke steun en scholing, groeit een pilot uit tot staand beleid.

