Praktijkvoorbeeld

Leren om vanuit één gezamenlijke opgave naar de stad te kijken

‘We zijn een hele hoop gave dingen aan het doen. Alleen we zijn er nog niet. En heel eerlijk: ik denk dat we er over vijf, zes of zeven jaar ook nog niet zijn.’ 

Met die relativerende woorden zette Lianne Suijker, adviseur openbare ruimte bij de gemeente Dordrecht, direct de toon tijdens de bijeenkomst over integraal programmeren. Deze bijeenkomst werd georganiseerd door Platform ISOR (werkgroep Integraal Programmeren) in samenwerking met CROW Essit. Suijker liet zien hoe Dordrecht stap voor stap werkt aan een nieuwe manier van samenwerken, waarbij fysieke en sociale opgaven steeds meer met elkaar worden verbonden.

De basis hiervoor werd ongeveer drie jaar geleden gelegd. Medewerkers uit het sociale en fysieke domein werden bij elkaar gebracht om te onderzoeken hoe beide werelden beter konden samenwerken. Want hoewel iedereen aan dezelfde stad werkte, gebeurde dat vaak vanuit verschillende perspectieven. De ene afdeling keek naar maatschappelijke vraagstukken en gebiedsontwikkeling, de andere naar beheer, onderhoud en vervangingsopgaven. 

Dordrecht zag kansen om die werelden dichter bij elkaar te brengen. Niet alleen om projecten slimmer op elkaar af te stemmen, maar vooral om fysieke investeringen meer maatschappelijke waarde te laten opleveren. ‘De gemeente koppelt fysieke investeringen waar mogelijk aan sociale doelstellingen, zodat fysieke verbeteringen ook daadwerkelijk leiden tot een betere leefsituatie voor bewoners’, luidt de definitie die de gemeente zelf hanteert. 

Twee werelden verbinden 

Binnen het fysieke domein bestond al een stevige basis, legde Suijker uit. Dordrecht werkte samen met nutsbedrijven, woningcorporaties en andere partners aan een gezamenlijke meerjarenplanning. Via een externe programmeertafel werden projecten op elkaar afgestemd en werden koppelkansen gezocht. ‘Wij hadden toen al een projectenlijst. Drie tot tien jaar vooruit. Met drie- tot vierhonderd projecten erop’, vertelde Suijker.  

Tegelijkertijd werkte het sociale domein met gebiedsprogramma's. Daarin worden op basis van ongeveer honderd indicatoren ontwikkelingen gevolgd op het gebied van gezondheid, demografie, leefbaarheid, hittestress en andere maatschappelijke thema's. Vanuit die informatie wordt bepaald welke opgaven in een wijk de komende jaren aandacht vragen. De vraag werd vervolgens hoe beide informatiebronnen met elkaar konden worden verbonden. 


Het tactisch loket 


Het antwoord vond Dordrecht in een nieuwe schakel tussen strategie en uitvoering: het tactisch loket. Alle informatie komt hier samen. Projectgegevens, beleidsdoelen, gebiedsprogramma's en signalen uit de organisatie worden verzameld in een stedelijke projectenatlas. Vervolgens worden projecten besproken aan gebiedstafels waarin collega's uit verschillende disciplines samen naar de toekomst van een wijk kijken. 

‘Wij hebben gezegd: oké, wij hebben een projectlijst met drie- tot vierhonderd projecten. Als je iets wil, laat het weten’, vertelde Suijker. ‘Dat doen we door die interne gebiedstafels te organiseren.’ Aan tafel zitten onder meer medewerkers van beheer, verkeer, stedenbouw, gebiedsontwikkeling, sociaal domein en ondergrondse infrastructuur. Per kwartaal bespreken zij per wijk zes tot acht projecten die zich nog in een vroege fase bevinden. Juist daar is ruimte om ambities toe te voegen of projecten slim te combineren. 

De gesprekken gaan nadrukkelijk niet alleen over de huidige situatie. ‘Mijn wijk wil nu dit. En dan vragen wij: wat wil je wijk over vijf jaar?’ aldus Suijker. ‘Dat zijn hele andere vragen.’ 

De wijk van morgen 

Volgens Dordrecht ligt daar de kern van integraal programmeren. Veel ingrepen in de openbare ruimte vinden maar eens in de dertig tot zestig jaar plaats. Wie maatschappelijke doelen wil verbinden aan fysieke projecten, moet daarom ver vooruit kijken. ‘Heel af en toe lukt het om gelijk werk met werk te maken. Maar het liefst wil je vooruitkijken met elkaar’, zei Suijker. 

Dat vraagt ook om een andere manier van samenwerken. Waar organisaties traditioneel vaak denken in afzonderlijke stappen of afdelingen, probeert Dordrecht processen voortdurend met elkaar te verbinden. ‘Je moet met elkaar de processen gaan verbinden. Het heeft geen begin en geen eind. Het gaat altijd weer terug naar het begin.’ 

In de praktijk betekent dit dat ambities uit gebiedsprogramma's worden gekoppeld aan toekomstige vervangingsprojecten. Wanneer een straat toch open gaat, ontstaat immers een kans om tegelijk iets te doen aan vergroening, klimaatadaptatie, gezondheid, ontmoeting of verkeersveiligheid. 

Lastiger dan data 

Opvallend genoeg ziet Dordrecht de grootste uitdaging niet in techniek of data. Natuurlijk zijn er nog volop ontwikkelpunten. De kwaliteit van data verschilt. Veel processen vragen nog handwerk. Registraties zijn niet altijd eenduidig. Ook de bestuurlijke sturing wordt nog verder ontwikkeld. Maar volgens Suijker zit de echte opgave vooral in mensen. ‘We zijn eigenlijk elkaar een klein beetje aan het opvoeden’, zei ze met een glimlach. Daarmee doelde ze op het wederzijdse leerproces tussen verschillende afdelingen. 

Beheerders, assetmanagers, beleidsadviseurs en gebiedsmanagers kijken vanuit verschillende invalshoeken naar dezelfde wijk. Dat vraagt om nieuwe gesprekken en soms ook om een nieuwe taal. ‘Aan onze kant gaan beheerders steeds meer integraal denken. Vanuit sociale hoek leren collega's onze taal spreken. En wij die van hen.’ 

Daar komt nog een andere uitdaging bij. Niet iedere ambitie past in dezelfde straat. ‘Je kan nog zoveel ambities ophalen, maar de ruimte is beperkt. En ook het geld, helaas.’ Daarom wordt de vraag naar prioritering steeds belangrijker. Welke maatschappelijke doelen wegen het zwaarst? Wie maakt uiteindelijk die afweging? En welk mandaat hoort daarbij? 

Langzaam groeien 

Dordrecht ziet integraal programmeren daarom nadrukkelijk als een meerjarige ontwikkeling. De structuur staat er inmiddels. Het tactisch loket functioneert, de gebiedstafels draaien, de verbinding tussen fysiek en sociaal wordt steeds sterker. Toch blijft de gemeente realistisch, blijkt uit de presentatie van Suijker. Want naast mandaat, data en bestuurlijke afstemming, geldt in Dordrecht ook het ‘langzaam groeien’ als aandachtspunt. Anders gezegd: integraal programmeren is niet een project met een einddatum. ‘We realiseren ons dat we stap voor stap moeten leren om vanuit één gezamenlijke opgave naar die stad te kijken.’