Praktijkvoorbeeld

Schiphol Trade Park

Bouwen aan een bedrijventerrein voor mens én natuur

Je verwacht het niet op een bedrijventerrein. Een vossenburcht vlak bij de weg. Een ijsvogel die zijn plek vindt tussen de bedrijfspanden. Of een torenvalk die jongen grootbrengt in een groene bedrijfsgevel. Ja, je kunt het allemaal aantreffen op Schiphol Trade Park. In dit gebied bij de luchthaven blijkt dat economische ontwikkeling en natuur niet tegenover elkaar hoeven te staan. Maar hoe bereik je zoiets?  

Wie Schiphol Trade Park (STP) binnenrijdt, ziet grote bedrijfsgebouwen en logistiek verkeer. Niet vreemd voor een bedrijventerrein van zo’n 350 hectare langs de A4 en vlak bij Schiphol. Maar tussen die gebouwen liggen bloemrijke bermen en watergangen en tegen verschillende gevels groeit een metershoge groene wand. 

De natuur maakt hier een belangrijk onderdeel uit van het ontwerp. Dat was niet vanaf het allereerste begin vanzelfsprekend. Het voormalige landbouwgebied werd ontwikkeld als bedrijventerrein, waarbij duurzaamheid al meteen een rol speelde. Maar gaandeweg groeide het inzicht dat losse duurzaamheidsmaatregelen onvoldoende waren. Immers, een duurzaam gebouw hier en een groene gevel daar vormen samen nog geen ecosysteem. 

In de ecologische visie die in 2022 werd opgeleverd, werd het perspectief daarom omgedraaid. Waarom zou je STP alleen bekijken als een bedrijventerrein waarin ook ruimte voor natuur moet worden gevonden? Je kunt het ook zien als een natuurgebied waarin bedrijvigheid plaatsvindt. De oorspronkelijke inrichting van de eerste fase was volgens de visie nog sterk vanuit menselijke en functionele principes bedacht. Vervolgens zijn de ecologische ambities verhoogd.  

Eerst groen, daarna de rest 

Die omslag heeft gevolgen voor de manier waarop een gebied wordt ontworpen. De natuur komt niet pas aan bod als de gebouwen, wegen en kavels al zijn ingetekend. Het begint met de verbindingen voor de natuur en met de groen- en waterstructuren. Daaromheen zijn de logistiek, infrastructuur en kavels gepland. Zo krijgen economie, ecologie en maatschappij alle drie ruimte in het ontwerp. 

Wat ook opvalt: het is niet zozeer méér ruimte voor groen, maar vooral een slimmer gebruik van de beschikbare ruimte. Denk daarbij aan dubbelfuncties. Een sloot voert niet alleen water af, maar is ook een broedplaats voor verschillende watervogels, zoals Fuut, Krakeend, Waterhoen, Wilde eend, Meerkoet, Scholekster, Kuifeend en Slobeend. En zo kan je ook kijken naar bermen, gevels, onderhoudsstroken etc. Beter gezegd: je voegt ecologische waarde toe aan de oorspronkelijke functie. Het gaat om die verbinding.  

Wat betreft die vogelsoorten: binnen Schiphol Trade Park kan daar biotoop voor worden ontwikkeld, maar uiteraard zitten daar grenzen aan. Want je moet maximaal rekening houden met de eisen die gelden voor vogels vanuit Schiphol Airport. Het park ligt immers naast een luchthaven. 

Maar er is veel mogelijk, dat mag duidelijk zijn. Dat zie je ook terug in de ecologische visie: de natuur is geen sluitpost, maar wordt als gelijkwaardige stakeholder meegenomen. Bij het opstellen van de visie zijn daarom niet alleen ecologen en ontwikkelaars betrokken, maar ook onder anderen bewoners, natuurorganisaties, wetenschappers, ambtenaren, architecten en ondernemers.  

De lat steeds iets hoger 

Ook bedrijven die zich vestigen krijgen met die ambities te maken. Daarvoor gebruikt SADC - de gebiedsontwikkelaar achter STP - het zogeheten Value Added Plan. Bij iedere gronduitgifte wordt gekeken welke duurzaamheidsmaatregelen onderdeel worden van het gebouw en de kavel. 

Daarbij zijn er maatregelen waarvan inmiddels duidelijk is dat ze werken en die daarom als no regret worden beschouwd. Een voorbeeld is de groene gevel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullende maatregelen en innovaties. Het Value Added Plan wordt regelmatig geactualiseerd, op basis van nieuwe kennis en ervaringen. 

Het begint bij een uitstekend ontwerp. SADC verkoopt de kavel pas als het zelf het ontwerp van het gebouw heeft goedgekeurd. Daarbij wordt steeds gekeken: wat is er bij de vorige ontwikkeling bereikt en wat kan er bij de volgende nog bij of beter? Want wat enkele jaren geleden nog ambitieus was, hoeft dat vandaag niet meer te zijn. 

Dezelfde gedachte geldt voor het beheer. Een ecologische berm aanleggen is één ding; zorgen dat die jaren later nog steeds ecologische waarde heeft, is iets anders. Daar moeten we ook niet te makkelijk over denken, weten ze bij SADC. Het is niet: kruiden zaaien en een keer per jaar maaien. Soms moet eerder worden gemaaid, soms later. Op de ene plek kan maaisel blijven liggen, elders moet het worden afgevoerd. Langs drukke wegen kan de eerste meter kort moeten blijven. En een kruidenmengsel dat op de ene locatie uitstekend werkt, kan het ergens anders minder goed doen. Dus dat moet je blijven volgen. 

Daarom kijkt ook een ecoloog mee met het beheer. Onder het motto: proberen, doen, monitoren en aanpassen. Dat laatste gebeurt ook echt. Op een bepaalde plek werden grote struiken geplant vanuit de gedachte dat die sneller resultaat zouden geven. Maar ze bleken het helaas slechter te doen dan kleinere exemplaren elders. Dus de volgende keer werd voor kleinere planten gekozen. 

Meten wat er gebeurt 

Experimenteren betekent niet dat alles aan het toeval wordt overgelaten. Je wil ook zichtbaar maken wat maatregelen opleveren. Met de Ecomonitor SADC wordt de ecologische ontwikkeling vooraf eerst beoordeeld, aan de hand van tekeningen  en beheerplannen, en daarna gevolgd. Daarnaast wordt onder meer gekeken naar insecten, nestkasten en bijen en wordt de kwaliteit van bermen onderzocht. De ontwikkelaar experimenteert bovendien met nieuwe manieren om het gebied in beeld te brengen en gegevens over ecologische ontwikkeling te verzamelen. 

Dat meten heeft een belangrijke functie. Het maakt zichtbaar dat investeringen daadwerkelijk iets opleveren. En dat helpt weer om een volgende stap te zetten. Het past bij een bredere koers van SADC. In het strategisch meerjarenplan noemt de gebiedsontwikkelaar natuurpositieve gebiedsontwikkeling en zichtbare vergroening van werklocaties expliciet als speerpunt richting 2030. Daarbij gaat het niet alleen om natuurwaarde, maar ook om welzijn, gezondheid en brede welvaart.  

De belangrijkste lessen? 

De ervaringen in dit gebied laten zien dat natuurinclusief ontwikkelen geen verzameling losse maatregelen is. Dus: begin met de samenhang, neem groen en water vanaf het ontwerp serieus mee en verbind aanleg en beheer met elkaar. Blijf vervolgens leren: probeer iets, meet wat het oplevert en pas het aan als de praktijk anders uitpakt. En zorg voor regie op de lange termijn, zodat ecologische ambities niet verdwijnen zodra een gebouw of openbare ruimte is opgeleverd.  

 Over SADC 

SADC is een regionale gebiedsontwikkelaar in de Schipholregio en vormt een brug tussen publieke en private partijen. De aandeelhouders zijn gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland en Schiphol Group. SADC stuurt volgens het eigen strategisch meerjarenplan zowel op financiële als maatschappelijke waarde. Richting 2030 ligt daarbij nadrukkelijk de focus op onder meer natuurpositieve gebiedsontwikkeling, vergroening en langdurige betrokkenheid bij de kwaliteit van werklocaties.